Luxemburg

Na een hectische week volgend op de verhuizing naar de Duijnsberg hebben we op vrijdag alles klaargezet voor de camper. Om 11 uur de camper opgehaald en snel, veel sneller dan verwacht alles ingeladen, zodat we al om 12:30 reisvaardig zijn. We gaan water “tanken” bij Jeske, waar ook Rob, Krista, Niels en Bram ons uit komen zwaaien, alleen pas om twee uur omdat dat de verwachte vertrektijd was. En dus drinken we nog een kopje thee bij ons Jes.

Kort na tweeën rijden we weg en Niels rent een stukje mee. We halen nog rijst en spaghetti bij de Jumbo in de Blaak, maar dan zijn we ook ècht op weg. We hebben gekozen voor de route via Maastricht en Aken, omdat we daar de minste problemen verwachten. Tot aan Aken rijdt het gerieflijk over de Nederlandse snelwegen om daarna de Ardennen in te rijden. Het is slaapverwekkend en ik zie Hannie regelmatig indommelen. Als we nog 125 km moeten nemen we een korte stop, waar we zelfs nog buiten kunnen zitten. Dat is maar goed ook, want ik zie een straaltje water onder de camper vandaan komen: de aftapkraan stond open en het dure Jeskewater stroomt ongehinderd de helling af. Gelukkig valt het verlies mee en we rijden verder, nu over Luxemburgse wegen door de Ardennen.

Het schemert al flink als we tegen zeven uur Luxemburg-stad binnen rijden en bijna donker als we voor de slagboom van camping Kockelscheuer staan. Hannie checkt in op deze prima camping met alle voorzieningen en we rijden naar de ons toegewezen plaats tussen de andere campers en caravans. Als ik terugloop van toiletbezoek zie ik weer een stroompje onder onze camper vandaan komen en ook de afvoer van het grijs water blijkt nog open te staan. Goed voorbereid Will! Als ik de camper binnen kom zegt Hannie dat de schuifkast onder haar bed niet meer dicht gaat. Hij blijft half openstaan en blokkeert het trapje naar de bedden. Ik kan het ook niet oplossen en als dit niet opgelost wordt kunnen we geen 4 weken op vakantie hoor. Ik stuur dus een mail naar onze leverancier en we gaan maandag proberen dit op te lossen. Met de gratis wifi van de camping kunnen we ‘s-avonds zelf naar het darten kijken.

Zonder wekker wordt de camper wakker om half tien. Wij ontbijten op het gemak en Hannie heeft de vertrektijden van de bus van de receptie gekregen, zodat we ons vertrek naar Luxemburg stad goed kunnen plannen. We gaan ruim op tijd de deur uit voor de bus van 11:28, maar ik ben natuurlijk het fototoestel vergeten, zodat ik toch nog op een holletje de bus moet halen. Bij het instappen een verrassing van de chauffeur: op alle zaterdagen is de bus hier gratis en ook op sommige zondagen en vandaag is één van die zondagen. De bus brengt ons naar het station, waar wij uitstappen en op zoek gaan naar de VVV om een stadswandeling te scoren. De stadswandeling draagt de toepasselijke naam “City Promenade” en deze begint bij de Place Guillaume II, vernoemd naar niemand minder dan onze eigen Willem II en verdomd, even verderop staat net zo’n standbeeld als bij ons op de Heuvel! De beste man was naast koning van bij ons dus ook Groothertog van Luxemburg. Bij het groothertogelijk paleis maakt de wisseling van de wacht een nogal potsierlijke indruk. Verderop bezoeken we een deel van de beroemde kazematten van Luxemburg, die een enorm verdedigingswerk voor de stad vormden. We drinken koffie op het plein van de Vismarkt en de prijzen blijken hier goed aan de maat. Het oorlogsmonument is indrukwekkend, evenals het gedenkbeeld aan de vernietiging van de Luxemburgse Joden door de Nazi’s. Na een eenvoudige, doch prijzige lunch vervolgen we onze tocht door het prachtige laaggelegen park in het dal van de Petrusse en in plaats van de weg omhoog te voet te doen, nemen we de gratis bus terug naar het station. Ik heb altijd gedacht dat ze in Luxemburg een soort Duits spraken, maar de voertaal lijkt hier toch Frans te zijn.

Dit bericht is geplaatst in Camperreis. Bookmark de permalink.