Pont d’Ain – Ribeauvillé – La Cavalerie

Ribeauvillé

We staan vroeg op, want we willen allereerst de schuiflade in de camper laten repareren. In Kehl is een fabriek van Bürstner en in overleg met onze dealer gaan we daarheen. Hij verzekert ons dat die ons niet in de kou zullen laten staan. In Google maps plannen we de route zodanig, dat we nog een stuk door Luxemburg kunnen rijden, zodat we nog ergens kunnen tanken voor de relatief vriendelijke dieselprijs die hier geldt. Maar voor je met je ogen knippert heeft de app de route gewijzigd, zodat we niks vermoedend een kilometer of tien verder de grens met Frankrijk passeren. Met een snik vergelijken we de prijs op de borden; dat scheelt 2 kwartjes, 20 euro op een halve tank! Niks aan te doen en we rijden gewoon verder in de hoop dat Duitsland, waar we straks komen, weer wat goedkoper zal zijn. Even later rijden we een onverwachte tolpoort binnen en mijn creditcard wordt niet geaccepteerd, zodat ik met de camper helemaal terug moet om een ander poortje te nemen, waar je cash kunt betalen. Na een stevige rit van 250 kilometer staan we voor de poort van de fabriek, maar daar worden alleen nieuwe campers gebouwd en het reparatiecentrum is een paar kilometer terug. Toen we daar aankwamen vertelde de receptioniste ons dat reparaties alleen op afspraak worden uitgevoerd, maar toen wij zeiden dat we onderweg op vakantie zijn en dat de dealer ons hierheen verwezen heeft, liet ze een monteur komen. Na onderzoek van het probleem werd de wagen meegenomen en keurig onder garantie hersteld! Een paar uur later konden we gelukkig onze reis weer vervolgen. We besluiten nog wat verder zuidwaarts te gaan, naar een adres van Passion de France bij Ribeauvillé. Nog even tanken in Duitsland vlak voor de grensovergang en vlotjes leggen we de dit laatste stuk af. Als we linksaf moeten in een onverharde bergweg door het bos omhoog hebben we al onze twijfels en de boswachter die we wat later tegenkomen bevestigt het ook: hierboven is geen overnachtingsplaats voor campers van Passion de France. We moeten nog wat verder omhoog om een camper van 7,50 meter te kunnen keren en dalen weer af naar de afslag om van daaruit terug te rijden naar de camping municipal van Ribeauvillé, waar ik nu deze tekst zit in te tikken 🙂 Het goeie adres van passion de France blijkt vlak bij de camping te liggen …..

Pont d’Ain

Meestal hebben wij de volgorde eerst rijden dan een activiteit zoals fietsen of wandelen. Vandaag draaien we dat eens om: we beginnen met een wandeling door het oude centrum van Ribeauvillé. Dat blijkt een alleraardigste binnenstad te zijn met veel mooie vakwerkhuizen met prachtige kleurige gevels. Er is toerisme, getuige de vele bussen met Japanners. We slenteren daar doorheen en we krijgen een hoog Eftelinggevoel door afbeeldingen en standbeelden van een dikke fluitspeler, die ons doet denken aan de rattenvanger van Hameln. Ergens op Internet vond ik het volgende verhaal over die fluitspeler. Op een dag treft de heer van Ribeauvillé een treurende fluitspeler langs de weg, zijn fluit is kapot. De heer heeft medelijden en zorgt ervoor dat de fluitspeler een nieuw instrument krijgt. Uit dankbaarheid komt de fluitist naar de stad en speelt de sterren van de hemel. En ook andere kunstenaars komen en tonen het beste van hun kunnen. De heer is hierdoor zo ontroerd dat hij zich ontfermt over de kunstenaars en daarmee is hij de mecenas van Ribeauvillé geworden. Terug bij de camper komt de oude vraag boven: met tol of zonder tol en de keuze valt op mèt en dat betekent een lange saaie rit over mooie franse snelwegen. Bij het laatste tolpoortje vlak voor onze bestemming is het wel even slikken als we 38,60 af moeten tikken.

La Cavalerie

Pont d’Ain is een dorp van niks en camping L’Oiselon is een camping van niks. We zoeken een plaatsje op de zo goed als verlaten camping en Hannie loopt nog even naar de rivier de Ain voor een foto, maar dat is ook al geen succes. Ook het weer is een beetje somber zodat we de avond doorbrengen in de camper met het plannen van het vervolg van de reis. Tol vinden we niet zo fijn, dus de planning is om tolvrij in elk geval te gaan naar de camperplaats in Le Cavalerie, 10km ten zuiden van het viaduct bij Millau en misschien verder. We rijden eerst over de bekende provinciale wegen met de talrijke rotondes, maar krijgen dan een hele tijd autowegen, tot we de afslag moeten nemen naar de D1. Je zou denken dat zo’n wegnummer heel wat zal zijn, maar het is eerder een veredeld fietspad. Op onze fietsvakanties hadden we hier prima overheen kunnen fietsen, maar we zitten in een camper van 2,30 meter breed. Toch is het een mooie rit door de bossen over de heuvels en het laatste stuk mogen we over de tolvrije A75 tot het viaduct bij Millau. Daar rijden we het dal van de Tarn in om over een lage brug de rivier over te steken en het viaduct deze keer van onderaf te zien. Dan is het nog 15km naar de camperplaats en we gaan ook niet meer verder. We hadden deze CP gevonden in de app en in de commentaren werd nogal geklaagd over de ingewikkelde procedure om de slagboom open te krijgen. Je moet een pasje aan laten maken via een paal en daar geld op storten om binnen te komen. Wij vonden het niet bijzonder moeilijk en we konden snel onze plaats uitzoeken. Het pasje kun je later gebruiken op andere camperplaatsen van deze organisatie. Vanmiddag begon het te regenen en dat doet het nog steeds en het waait erg hard, dus het is goed toeven in de camper!

Dit bericht is geplaatst in Camperreis, vakantie. Bookmark de permalink.